Motten zijn vooral ’s nachts actief. Ze verlaten hun schuilplaatsen om zich te voeden en voort te planten en vermijden daarbij het daglicht. Ze worden aangetrokken door specifieke voedselbronnen afhankelijk van hun soort. Kleermotten voeden zich met natuurlijke vezels zoals wol, zijde en katoen, terwijl voedselmotten zich richten op opgeslagen producten zoals granen, rijst, gedroogd fruit en kruiden.
Overdag verschuilen motten zich op donkere en beschutte plekken. Ze nestelen zich in scheuren in muren, langs plinten, in hoeken van kasten, in laden en andere moeilijk bereikbare ruimtes. Op deze plaatsen leggen zij ook hun eitjes om hun voortplanting veilig te stellen.
Volwassen motten, met name de mannetjes, kunnen vliegen om een partner te zoeken. Zij scheiden feromonen af om vrouwtjes aan te trekken en zich voort te planten.
Motten zijn gevoelig voor vocht, warmte en andere omgevingsfactoren. Ze geven de voorkeur aan warme en vochtige omstandigheden om zich optimaal te ontwikkelen en te vermenigvuldigen.